Geboorteverlof eindigt. De levensverandering begint pas net.
Toen ik terugkwam van geboorteverlof, kwam ik terug bij een organisatie die mensgericht organiseren serieus neemt.
En toch.
Ook op zo’n plek is terugkomen na de geboorte van een kind niet ineens vanzelf soepel.
Niet omdat er geen warmte was.
Die was er wel.
Ik werd fijn ontvangen (bloemen, cadeautjes, lieve woorden). De Peoples waren blij dat ik er weer was.
En tegelijkertijd gebeurde er iets waar ik zelf niet helemaal op voorbereid was.
Ik kwam niet terug als dezelfde persoon.
Toen ik wegging, had ik werk, collega’s, projecten, ideeën, plannen.
Toen ik terugkwam, had ik ook een dochter.
Dat klinkt als een open deur waar je voorbijraast.
Maar thuis was ineens enorm geworden.
Niet een beetje groter.
Niet “er is iets bijgekomen”.
Nee.
Thuis was een nieuwe planeet geworden, waar de rest van mijn leven om draaide.
Een planeet met voedingen, gebroken nachten, opvangschema’s, nieuwe vragen (hoe werkt dit bij een baby?), een lijf dat nog aan het herstellen was en een hoofd dat soms naar woorden zocht die eerder gewoon aan kwamen waaien.
En werk?
Werk voelde in het begin kleiner.
Niet minder belangrijk.
Maar wel kleiner naast dat nieuwe grote.
En dat vond ik ingewikkeld om toe te geven.
Zelfs nu ik dit opschrijf, voel ik ergens een stemmetje dat zegt:
Is dit wel professioneel genoeg?
Moet dit op LinkedIn?
Is dit niet overdreven?
Maar precies dát stemmetje is volgens mij onderdeel van het probleem.
Want als je terugkomt in het werk, ervaar je het gat hebt achtergelaten.
Je bent maanden weggeweest. Het werk is doorgegaan. Dat betekent dat collega’s van alles hebben opgevangen.
En dan voel je:
Nu moet ik er weer zijn.
Niet alleen fysiek.
Maar nuttig. Scherp. Betrouwbaar. Leuk ook nog een beetje.
Je wilt laten zien:
Ik ben er weer.
Je kunt weer op me bouwen.
Ik ben niet minder professioneel geworden omdat ik moeder ben geworden.
Dus je springt.
Terwijl je misschien eigenlijk nog even naast het zwembad had willen zitten.
Met je voeten in het water.
Even voelen hoe koud het is.
Even wennen in je nieuwe situatie, je nieuwe hoofd, je nieuwe leven.
Bij iemand die terugkomt na ziekte of burn-out vinden we het logisch om rustig op te bouwen.
Bij iemand die terugkomt na een baby doen we vaak alsof het vooral een planningsvraagstuk is.
Wanneer start je weer?
Hoeveel dagen?
Maar het is óók een identiteitsvraagstuk.
Wie ben ik nu in mijn werk?
Waar hoor ik weer bij?
Wat kan ik dragen?
En misschien nog wel belangrijker:
Durf ik dat eerlijk te zeggen, zonder dat het voelt alsof ik mezelf diskwalificeer?
Voor mij zit daar de kern van mensgericht organiseren.
Niet in perfect beleid.
Niet in een protocol dat alles dichtregelt.
Niet in één goedbedoeld gesprek op de eerste werkdag.
Maar in opnieuw kennismaken met de mens die terugkomt.
Want de persoon die met verlof ging, is niet precies dezelfde persoon als degene die terugkomt.
En dat is geen probleem dat opgelost moet worden, het is informatie.
Mensgericht organiseren begint precies daar:
bij nieuwsgierig genoeg zijn om niet te vragen
“kun je weer meedraaien?”
maar:
“wat vraagt thuis van je dat wij misschien niet zien?”
En misschien ook:
“zullen we niet doen alsof dit klein is?”
Want het is niet klein.
Een kind krijgen is prachtig.
En groot.
En ontregelend.
En fysiek.
En emotioneel.
En cognitief uitdagend.
En een logistieke puzzel.
En soms ook gewoon heel vermoeiend.
Dat allemaal erkennen maakt iemand niet minder professioneel. Het maakt de organisatie professioneler.
Want een mensgerichte organisatie vraagt niet alleen hoe iemand terugkomt in de functie.
Die vraagt hoe iemand terugkomt als mens.
“You cannot love what you cannot see afresh. You cannot love what you are not constantly discovering anew.”